|
Insulinepomptherapie bij jonge kinderen effectief |
|
|
|
|
© Bohn Stafleu van Loghum, Karin
|
|
woensdag 14 juni 2006 |
|
Een nieuwe studie heeft aangetoond dat insulinepomptherapie bij kinderen in de leeftijd van twee tot zeven jaar met diabetes type 1 een veilig, effectief en betrouwbaar alternatief is voor de tweemaal daagse insuline-injecties.
Insulinepomptherapie worden al langer succesvol toegepast bij volwassenen, jongeren en schoolgaande kinderen, maar is niet eerder uitvoerig getest bij kinderen tussen de twee en de zeven jaar, aldus dr. Tsjeghai Behre van het Loyola University Medical Center in Illinois. Deze geeft aan dat dit te maken kan hebben met de angst voor hypos en het idee dat jonge kinderen te klein zijn om met een insulinepomp om te gaan.
Dr. Tsjeghai Behre en zijn collegas hebben over een periode van twee jaar in totaal 33 kinderen met diabetes type 1 in de leeftijd van twee tot zeven jaar onderzocht. Deze kinderen gingen over van een behandeling met tweemaal daags een insuline-injectie naar insulinepomptherapie. Het resultaat van het onderzoek was een aanzienlijke verbetering van de bloedglucosewaarde, een aanzienlijke afname van het aantal ernstige hypos n minder ziektedagen bij insulinepomptherapie. Het team zag minder schommelingen in de bloedglucosewaarde van de kinderen tijdens het gebruik van de insulinepomp. Dit is een groot voordeel omdat deze schommelingen het risico van zenuwbeschadiging doet toenemen, aldus Behre. En hoewel eerdere studies insulinepomptherapie associeerden met gewichtstoename, was bij de jonge deelnemers aan het onderzoek sprake van slechts een zeer kleine toename in gewicht. Bovendien ontdekten de onderzoekers dat de kinderen geen moeite hadden met de insulinepomp.
Het team kwam tot de conclusie dat kinderen tussen de twee en de zeven jaar met insulinepomptherapie, hulp van een actief medisch team n ondersteuning van het gezin een verbetering in de diabetesbehandeling kunnen behalen. Mogelijk kan het gebruik van de insulinepomp op deze jonge leeftijd ook preventief werken voor complicaties op de lange termijn, aldus Behre. |