|
Vroege therapie bij diabetes is te verbeteren |
|
|
|
|
© Bohn Stafleu van Loghum, Marieke
|
|
woensdag 13 april 2005 |
|
Huisartsen hebben hun huiswerk voor mensen met diabetes gemaakt. Zij maken vandaag de dag gebruik van een nog effectievere therapie dan in het afgelopen decennium. Maar in een vroeg stadium van diabetes kan deze therapie gentensiveerd worden. Hiermee zijn complicaties op langere termijn te voorkomen of te vertragen.
Gegevens uit de hydra-studie hebben het mogelijk gemaakt de stand van zaken op te maken ten aanzien van de toegepaste diabetes therapien in Duitsland. Professor Hendrik Lehnert van de universiteit van Magdeburg heeft deze stand van zaken onlangs openbaar gemaakt.
In de Hydra studie werden 1912 huisartsen ondervraagd over de therapie van 50.000 niet uitgezochte patinten die in twee dagen hun praktijk bezochten. De zwaartepunten lagen hierbij op een hoge bloeddruk en diabetes. De volgende uitspraken hebben uitsluitend betrekking op diabetes.
Bij de studie valt in eerste instantie op hoeveel gevallen van diabetes zich onder de patinten bevonden. 19% van de mannelijke en 14% van de vrouwelijke patinten hadden diabetes. De meesten werden effectief met anti-diabetica behandeld, in totaal 68%. 57% ontvingen zelfs een basistherapie plus medicijnen.
Het aantal met medicijnen behandelde mensen nam toe met de hoeveelheid complicaties. Van alle mensen met diabetes zonder micro- en macrovasculaire defecten, werd 60% behandeld met medicijnen. Mensen met microvasculaire problemen werden in 64% van de gevallen met medicijnen behandeld en de mensen met macrovasculaire aandoeningen zelfs in 88% van de gevallen. In de vroege therapie bestaan dus nog optimalisatiemogelijkheden.
In vergelijking met het laatste decennium is de totale therapiesituatie overigens wel verbeterd. Een voorbeeld: uit een studie gehouden van 1992 1995 bleek dat toen 40% van de patinten geen anti-diabetica of teststrips ontvingen.
|